De meest zichtbare kandidaat is niet altijd de beste leider
Waarom de meest zichtbare kandidaat niet altijd de beste leider is en hoe je bij promoties beter kijkt naar gedrag.

Competenties ontwikkelen begint vaak met de vraag: waar ben ik goed in en wat kan beter? Een goed startpunt. Maar daarna wordt het pas echt interessant.
Want weten wat je wilt ontwikkelen is nog niet hetzelfde als het kunnen toepassen op je werk.
Gebruik daarom dit stappenplan.
De aanpak in het kort:
We werken de stappen hieronder verder uit. Zo vertaal je jouw ontwikkelpunt naar gedrag dat je kunt oefenen, bijsturen en toepassen in je werk.
“Beter communiceren” is te vaag. Maak het kleiner en specifieker.
Bijvoorbeeld:
Hoe concreter het gedrag, hoe makkelijker je kunt oefenen.
Wat wil je dat er na het gesprek anders is? Wil je een besluit? Begrip? Commitment? Een vervolgstap? Meer eigenaarschap bij de ander?
Een competentie werkt pas als je weet wat het doel ervan is.
Iedereen heeft voorkeursgedrag. Misschien ben je goed in verbinden, maar te voorzichtig in het stellen van grenzen. Misschien ben je inhoudelijk sterk, maar maak je geen verbinding met de ander. Misschien inspireer je anderen makkelijk, maar vind je het moeilijk om projecten af te maken.
De vraag is niet: wat is goed of fout? De vraag is: wat werkt er op dit moment, in deze situatie?
Nieuw gedrag leer je niet door er alleen over te lezen. Je moet het doen. Bijvoorbeeld in een training waarin je oefent met realistische situaties. Dat heet ervaringsgericht leren.
Je merkt dan meteen wat er gebeurt als je iets anders probeert. Je voelt waar je spanning zit. Je ziet welk effect je hebt op anderen. En je ontdekt dat er meer mogelijk is dan de reactie die je automatisch kiest.
Nu is het tijd om feedback te verzamelen. Vraag niet alleen: “Deed ik het goed?”, want dat geeft te algemene antwoorden. Onderzoek liever welk effect jouw gedrag had op de ander, het gesprek of de samenwerking.
Stel vragen als:
Je kijkt dus niet naar goed of fout, maar naar gedrag en effect. En daar leer je van: welk gedrag helpt in deze situatie, en welk gedrag kan anders?
Een competentie is pas ontwikkeld als je hem kunt inzetten in je werk. Kies daarom één praktijksituatie per week waarin je bewust oefent.
Niet elke competentie vraagt meteen om een training. Soms kom je al verder met coaching, intervisie of gericht oefenen in je werk.
Een training is vooral zinvol als:
Bij Zuidema kun je niet achteroverleunen. Je oefent, onderzoekt je patronen en probeert nieuw gedrag uit. Spannend? Soms. Leerzaam? Zeker.
Benieuwd hoe dat voor jou kan werken? Volg de gratis teasertraining van Inzicht in Invloed®!